Drie-éénheid

De drie-éénheid, wat is dit en wanneer is dit ontstaan?

Ik heb in mijn leven diverse kerken en diensten bezocht. Ook aan deel mogen nemen. Dit heb ik altijd met veel overgave gedaan. Er is bij mij dan ook een bewustzijn van diverse stromingen en leringen binnen de kerk wereldwijd. In statuten van kerken of genootschappen staan in de context van de drie-éénheid regelmatig verwijzingen naar eerder gehouden concilies. In 325 na christus is het eerste concilie van Nicea gehouden.

Ik heb gezocht naar gegevens over dit concilie en dit heb ik gevonden en vind ik goed om te delen:

Het jaar 325 te Nicea:

Het Eerste Concilie van Nicea in  325 wordt het eerste oecumenisch concilie genoemd. Het werd bijeen geroepen door keizer Constantijn de Grote, tijdens het pontificaat van Paus Silvester I en was een samenkomst van 318 bisschoppen. Hier werd de officiële leer van de toenmalige Kerk en van de latere Rooms-Katholieke en Oosters-orthodoxe Kerken vastgelegd.

Hier speelde de triniteit. Besloten werd dat de Zoon van het zelfde wezen is als de Vader. Homo-ousios. Het Arianisme werd verworpen en de Geloofsbelijdenis van Nicea werd aangenomen. Dit concilie en alle volgende concilies worden niet erkend door de niet-trinitaire kerken: Arianen, Unitariërs en Jehova’s getuigen.

Onderwerp van het Concilie

De definitie van de Godheid van Christus. De eenheid en gelijkheid in wezen van de Zoon met de Vader. Tegen Arius, die de Godheid van Christus verloochende.

De voornaamste aanleiding tot bijeenroepen van het concilie was de onrust ontstaan door de leer verspreid door Arius. Hier kwam het hart van de Geloofsbelijdenis van Nicea tot stand, die echter pas later tijdens het Concilie van Constantinopel I in 381 werd neergeschreven en aangevuld. Deze geloofsbelijdenis steunt onder meer op de verzoeningsleer van Irenaeus ( = In de vroege kerk leerde men dat de redding door God tot stand kwam door de menswording, het leven, de dood en de opstanding van Jezus Christus. Een belangrijke gedachte, die bijvoorbeeld bij Irenaeus (2e eeuw n.Chr.) en Athanasius van Alexandrië (4e eeuw n.Chr.) is te vinden, is dat God mens werd, zodat de mens goddelijk kon worden (de zogeheten theosis, deïficatie of vergoddelijking; vgl. 2 Petrus 1:4), en aldus het geloof in de erfzonde, en het geloof in één God. Het Oude Testament werd niet verworpen en de God van Jezus werd gelijkgesteld aan de God van het Oude Testament, JHWH. De goddelijke natuur van Jezus werd opnieuw bevestigd, en het idee van Jezus als hoogste schepping, zoals het Arianisme beweerde, werd verworpen. Pas door het Concilie van Constantinopel I werd ook de ‘status’ van de Heilige Geest als derde persoon van God vastgesteld, waarmee de christelijke leer van de triniteit voor altijd werd vastgelegd.

Op het concilie speelde Athanasius (de latere bisschop, maar toen nog diaken onder bisschop Alexander van Alexandrië) een belangrijke rol bij de bestrijding van het Arianisme. Op zijn voorstel werd de Griekse term ‘homo-oesios’ (= van hetzelfde wezen) voor de natuur van de Zoon ingevoerd, om de wezenseenheid van God de Vader en Zijn Zoon Jezus Christus tot uitdrukking te brengen. Slechts twee bisschoppen weigerden het besluit te ondertekenen. Drie anderen, onder wie Eusebius van Nicomedië, maakten een reserve, waarover nog een halve eeuw gestreden zou worden. Het “geloof van Nicea” zou de dogmatische referentie blijven voor alle andere concilies van de oude kerk.

Tijdens dit concilie werd ook de datum van Pasen vastgelegd, om de reden dat men vooral die “afschuwelijke Joden” niet wilde volgen. Het werd: de eerste zondag ná de volle maan ná de lente-equinox. Christenen die vasthielden aan de joodse berekeningswijze werden quartodecimanen genoemd.

Voor dit Concilie bestond er geen  algemeen aanvaarde toetssteen, waarnaar men de rechte leer kon bepalen, uitgezonderd misschien het Nieuwe testament. Geconstateerd moet worden dat vóór het eerste Concilie van Nicea toch eigenlijk alle theologen van formaat de Zoon min of meer ondergeschikt zagen aan de Vader.

Door de uitslag van dit concilie, de geloofsbelijdenis van Nicea, leek het doel dat Constatijn voor ogen had bereikt. De eenheid was hersteld. De geloofsbelijdenis van Nicea zou met enige wijzigingen één van de belangrijkste belijdenissen van de westerse christenheid worden.

Ik heb gelezen dat er in het Concilie van Nicea er zelfs vervloekingen aan de geloofsbelijdenis toegevoegd zijn:

‘En allen die zeggen: ‘Er was een tijd dat Hij er niet was’, en: “Voordat Hij geboren was, was Hij er niet”, en: “Hij kwam tot het aanzijn uit het niets”, en allen die beweren dat de Zoon van God ‘van een andere substantie ( hypostasis) of wezen ( ousia)’ is ( dan de vader) of  ‘geschapen’ of  ‘veranderlijk’  worden door de katholieke en apostolische kerk vervloekt’.  (plechtige vervloekingen: anathema’s)

Dat er vervloekingen aan de geloofsbelijdenis worden toegevoegd geeft voor mij al aan uit welke bron deze belijdenis afkomstig is. Niet door God geïnspireerd is mijn conclusie.

Het Concilie van Nicea zorgde voor een aantal precedenten. De keizer riep het bijeen, beïnvloedde de beslissingen en gebruikte de burgerlijke macht om de aangenomen bepalingen de status van keizerlijke wet te geven. Een nieuw soort orthodoxie werd geschapen; ook niet-bijbelse termen kregen doorslaggevend gezag. De formulering richtte zich naar de ketterij die bestreden werd. Voor vele eeuwen bepaalde het concilie de wijze waarop binnen het christendom de goddelijkheid van Chistus werd verstaan.

Bovenstaande staat vermeld in het handboek van de geschiedenis van het Christendom – Voorhoeve en op het internet.

Een aanvulling met betrekking tot het in 381 NC gehouden eerste concilie van Constantinopel:

M.b.t  het benoemen en bepalen van de drie-éénheid werd daar de eerste aanzet toe gegeven tijdens het eerste oecumenische Concilie van Nicea in 325 door de kerkleiders (later betiteld als patriarchen) van de 3 grote christelijke centra: Rome, Alexandrië en Antiochië, alsmede van de zetel van Jeruzalem. Dit Concilie rekende af met het arianisme en verklaarde dit tot ketterij. Arius, de naamgever van deze christelijke stroming en priester in Alexandrië, verkondigde dat Christus geen goddelijke natuur had maar een door God geschapen – weliswaar superieur – mens was en daarom als “Zoon van God” ondergeschikt was aan God de Vader. In antwoord op deze opvatting bepaalde het Concilie van Nicea dat Christus geen halfgod maar God was en in essentie één met de God de Vader.

De triniteitsleer werd in Nicea nog niet uitgewerkt, want over de Heilige Geest, de derde Goddelijke persoon, werd nog niet gesproken. Dit gebeurde pas tijdens het oecumenisch concilie van Constantinopel in 381. Dit stelde de geloofsbelijdenis van Nicea als onveranderlijk vast met als belangrijkste toevoeging dat de Heilige Geest als derde goddelijke persoon evenveel God was als God de Vader en Christus de Zoon van God en die, zo zegt de tekst, “voortkomt uit de Vader”. In het Latijn luidend: “qui ex patre procedit”.

Het grootste gedeelte van de kerk is verder ontwikkeld op de conclusies van dit concilie. Neem daarbij in je achterhoofd dat het grootste gedeelte van de bevolking niet kon lezen en wat woordverklaring en geloofsopbouw grotendeels afhankelijk was van de gevestigde geestelijke orde die wel kon lezen.

Hoe is deze drie-eenheidsleer in de 21ste eeuw?

En hoe is mijn kijk op dit alles? Onderstaande schuingedrukte tekst heb ik overgenomen uit 1 van de boeken van Cees Visser en legt m.i. het heel duidelijk uit.

De Bijbel spreekt over twee personen. In de eerste plaats over Jahweh, de enige God, de Vader, de Schepper en drager van alle dingen. Een Geest die er altijd is en er altijd zal zijn. Een puur geestelijk wezen met een geestelijk lichaam. Zo omvangrijk, zo groots….onbeschrijfelijk.

Daarnaast spreekt de bijbel over Jezus, de Heer, het hoofd van de gemeente, de Zoon van God. Een mens, een geest-ziel-lichaam wezen. Volledig verbonden met de Vader. Inmiddels verheerlijkt en opgevaren naar de Vader. En als overwinnaar van duivel en dood gezeten met de Vader op zijn troon ( Op 3.21)

Jahweh en Jezus zijn tot één: één in denken, één in streven. Één in bedoelingen, één in woord en werk. Het zijn twee personen die in elkaar opgaan, zonder hun eigen identiteit te verliezen. Als de Vader zijn geliefde Zoon doopt in heilige Geest, omhult Hij met zijn geestelijke lichaam het geestelijke lichaam van Jezus. Hij vervult de innerlijke mens van Jezus met zijn eigen Geest.

Door Zich met Jezus in heilige Geest te verenigen wordt Jahweh geen mens. Hij blijft wie Hij is. Hetzelfde geldt voor Jezus. Door zijn hele hart en leven te openen voor het werken van Gods Geest wordt Jezus geen geest. Geen tweede God. Ook Hij blijft wie Hij is. Wel openen zich voor Jahweh en Jezus nieuwe ongekende mogelijkheden in hemel en op de aarde. Er ontstaat een directe, volledige verbinding tussen het hart van de Vader en het hart van de Zoon. Voortaan kunnen Vader en Zoon alles wat in hen is met elkaar delen. Jahweh kan zich door Jezus in volheid openbaren. Jezus kan in de Geest en de kracht van Jahweh spreken en werken. Hij kan zijn plan met mensen volvoeren.

De Heilige Geest is het (geestelijk) lichaam van God waarin Gods hart verborgen is. Op dezelfde wijze is het hart, de ziel van de mens verborgen in zijn geestelijk lichaam.

 

Waarom is de drie-éénheid een “verkeerde” leer?

Bovenstaand stuk geeft al aan dat er veel om te doen is geweest en nog steeds is. Het is een geestelijke strijd. De leer van de drie-éénheid haalt m.i. de focus af van Jezus en zijn verlossingswerk. Het ontkracht wie Jezus werkelijk is en wat Gods werkelijke plan met de mensheid is.

Er worden vaak bepaalde teksten uit de bijbel gehaald die gebruikt worden om deze drie-eenheid te “bewijzen”.

1 tekst wil ik specifiek benoemen:

De tekst waarnaar vaak verwezen wordt ivm de drie-eenheid is op later tijdstip aan de bijbel toegevoegd:

1 Joh 5: 7 en 8

7 Want drie zijn er, die getuigen [in de hemel: de Vader, het Woord, en de heilige Geest; en deze drie zijn één. 8 En drie zijn er, die getuigen op de aarde]:

Dit dikgedrukte stuk tekst is er in de vierde eeuw na Christus aan deze tekst toegevoegd. Achter in de bijbel staat dat niemand iets aan Gods woord mag toevoegen of weghalen. Toch is dit gebeurd. En ook nog in de zelfde eeuw als het concilie van Nicea ? En wij gebruiken dit ook nog om andersdenkenden te overtuigen?

Vers 8 van 1 Joh 5 krijgt m.i. een andere uitleg:

1 Johannes 5:5-9

5 Wie is het, die de wereld overwint, dan wie gelooft, dat Jezus de Zoon van God is? 6 Dit is Hij, die gekomen is door water en bloed, Jezus Christus, niet slechts met water, maar met het water en met het bloed. En de Geest is het, die getuigt, omdat de Geest de waarheid is. 7 Want drie zijn er, die getuigen [in de hemel: de Vader, het Woord, en de heilige Geest; en deze drie zijn één. 8 En drie zijn er, die getuigen op de aarde]: de Geest en het water en het bloed, en de drie zijn tot één. 9 Indien wij het getuigenis der mensen aannemen, het getuigenis van God is meerder, want dit is het getuigenis van God, dat Hij van zijn Zoon getuigd heeft.
M.i. wordt hier bedoeld dat de doop in water en Jezus bloed voor ons gegeven, dus bekering en geloof in Jezus en in Zijn overwinning door zijn lijden heen, ons het eeuwig leven, de verzoening met God onze Vader, geeft. We hebben Gods Geest nodig, we moeten ons oude leven afleggen, achter ons laten en we hebben het verlossingswerk van Jezus nodig om verder te gaan achter Jezus aan. Alle drie. Dus bekering, Gods Geest en geloven in het werk van Jezus en dus Jezus zelf.

Gods Geest is het alleen die ons kan overtuigen.

Op onderstaande link vindt u een pdf met een uitleg van een aantal van deze teksten.

Document Drieenheid bijbelteksten voor website DSCPL